Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

$ t OTHELLO.

beginnen te leven,zweeft deze gehoornde ftraf (u) over ons. daar komt zy. Is Zy valsch • ó l dan fpot de Hemel met zich zelve! _ tt' ka>' het niet gelooven. ** *•B

NEGENDE TOONEEL.

OlHELLO, DlSDIMOHA , EMILIA.

Desdemona. Waar blyft gy, myn lieve Othello? Uw middae.

wïtenVnf ^ CyPrierS' 67

_ . Othello.

Ik ben niet al te wel.

Desdemona.

Hoe fpreekt gy zo zagt ? — Zyt gy niet wel t

Tl. u u Othello.

Ik heb pyn m 't voorhoofd, r» Desdemona.

öUat komt van te veel te waaken; het zal ras weer overgaan. Laat my uw hoofd zo vastbinden dan zal het in een uur beter zyn. lul^ea,

TT , Othello.

Uw neusdoek is te klein ; Iaat het Haan. (Z* laat baar neusdoek vallen.) kom ik wil met U gaaa Desdemona.

i*et fpyt my maar, dat gy niet wel zyt.

TIEN-

(u) Fokte d kan »/> de gelykbeid dezer UrafF. met eendoedelyken pyl JlaanfZlke eeTweZf/k ithV ƒ * aU Fi\CY S'looft. en mywaarfcbvnÊnm. ' °P Zinnebteld w» Mr°o£el

ESCHEKJIJE*

Sluiten