Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9* O T H ï L t Oi

boezem, van uwe zwangerheid; want het zynilegts addettongen*

Jago. 6! Wees doch gerust!

Othello: 6/ Bloed! Jago. Bloed!

Jago.

Wees gerust zeg ik; gy zult rhogelyk andere gedachten krygen.

Othello. Nooit Jago. ——— gelyk het Pontifche Meer, wiens yskouden Stroom en voortfpoedehden loop, nooit de te rug keerende Ebbe voeld, maar zonder ophouden in den Propontis en HellefponÉ vliedt (v) even zo zullen myne bloedgierige gedachten in hunnen driftiger) voortgang nooit te rug fchrikken. nooit ten genoege der Liefde met de Ebbe afdryven , tot een wyde uitgebreide wraak haar verflonden heeft, (by knield.) nu,, by dezen marmeren Hemel, zweer ik hier op *t eerbiedigfte

en vuurigfte myne gelofte

Ja go.

Staa noch niet op. ( Hy knield.) Weest getuf* gen, gy eeuwig brandende lichten hier boven! en gy Elementen, die ons rondom omvatten I weest getuigen dat hier Jago alles , wat zyn verftand, zyn hand, en zyn hart vermag ', ten dienfte van den beleedigden Othello wydt! hy mag bevelen;

mag

(v) Deze gelykenis ontbreekt in de oude uitgaa*, ven; en Jlaat bier, gelyk Pope wel zegt, aan de tnrecbte plaatje. De Zaak ecbter beeft baare Histarifcbe Waarbeid : Pontus femper extra meat in Fropontidem; introrfus in pontum nunquam refiuit mare.

Plih. Hist. Nat. Lib. II. C. 97.

Sluiten