Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

100 OTHELLO.

Desdemona. Ik wil hem niet eerder verhaten, tot hy Casfio tot zich laat roepen.

LVÏFTIENDE TOONEEL.

Othello. De voorigen.

Desdemona. Hoe gaat het, waarde Othello ?

Othello. Zeer wel, myn lief, (ter Zyden) ó hoe zwaar is het zich te bedekken! hoe gaat het U Desde» mona ?

Desdemona. Zeerwel, myn Gemaal.

Othello. Geef my uw hand i deze hand is klam, Desdemona.

Desdemona. Zy heeft noch geen Ouderdom gevoeld , noch geen kommer gekend*

Othello. Dat is een teken der vruchtbaarheid , en een wilvaardig herte — heet, heet, en vochtig! — deze uwe hand vordert eene ontzegging der vryheidj vasten en bidden; veel zelfsverloogening en geestelyke oeffeningen. Want hier is eenen jongen en vuurigen Duivel , die oproermaakende is. het is eene goede hand, eene vrygeevende hand! Desdemona. Gy moogt haar zeker wel zo noemen ; want deze hand was het, die myn hert weg gaf. Othello. Eene vrygeevende hand / voorheen gaaven de

herten

Sluiten