Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 105

wy alle zyn haare buuren. Zy flurpen ons gulzig binnen , en wanneer ze vol zyn , werpen zy ons weder uit. Zie eens, daar komt Casfio en myn Man.

ZEVENTIENDE TOONEEL. Jago, Cassio. De voorigen. Jago.

'Er is geen ander middel; zy moet zulks doen,; Zie daar, een geluk; gaa en bid haar op 't fterk» fte daarom.

Desdemona. Hoe gaat het waarde Casfio ? hoe ftaat het met uw zaaken ?

Cassio.

Mevrouw, ik heb nog myn voorig verzoek aan. TJ te doen. maak doch door uwe goede voorfpraak, dat ik op nieuw weder leve, en de Vriendfchap van uw Gemaal weder verkryge , welke ik met t alle myne toegenegenheid vereere. Ik wenschte niet gaarn nog langer te wagten. is myn vergryp 20 ftrafbaar , dat noch myne voorige dienften, noch myn tegenwoordig berouw, noch de belofte om my voortaan gefchikt te zullen gedraagen, my zyne Vriendfchap weder kunnen doen verwerven, zpzal het ten minfte een weldaad voor my zyn .wanneer

Jlemd badt. My echter fcbynt dit geen gevolg tt zyn, en te minder, daar alle overige otnftandigbeden daar tegen zyn Emilia zegt alleen een algemee* nen Stelregel, en. dat de tyd, zedert Desdemo. na, Othello kent, nog te'kort is om bem geheel te kennen,

eschenbukg.

0 $

Sluiten