Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ttt OTHELLO.

Wat? wel dan behoud hy aan haar, Myn Heer« en wanneer het aan haar behoord , denk ik dat zv het aan ieder kan geeven. * Othello.

Zy is ook bezitfter van haar Eer, kafl zy dia ook weggeeven? 7 "

„ _ . Jaöo. tm„"re Eer 1S iets onzichtbaars, dikmaals ver-

S^S-JdX.^' ^ M ^ hebbeD' Othello.

ten. n ' • 'k had dac 20 &aarne vergee. L^LTT""- ?y uegt ° 0 •' hv zweeft over myne ï*t * ^ ,heei?' P1^ de Raafover een huis, tlr! A ne^te 10 heerscht, die alle die daar ia

Nrusdo°eUaank0ndigt — ëy h* heeft Jago.

Nu Ja, — wat is dat toch?

Othello. Dat is nu zo onveifchillig niet.

Jago.

Hoe ? wanneer ik U nu zeide ; dat ik freMsn had dat hy U beleedigde; of dat ik hem baÜ hoeren zeggen — want 'er zyn waarlyk zulke fchurken, die iets van de Vrouwen, door baar onftui. mige beden;of door vrywiilige giften van de Vrouwen zelfs , gedwongen en gerooft hebben , en dan doorgaans zich niet kunnen inhouden, om het rond te vertellen. ' '

_, -v . Othello.

Heeft hy dan wat gezegt t * . . , Jago.

Dat heeft hy zekerlyk, Myn Heer; maar gelóóf my , hy zou het thans weder loogchenen , en Tjfizweeren. b '

Oth el-

Sluiten