Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. i»S

Othello. Een gehoornd Man is een Monftcr ; is een Beest.

JAG0' . »

Nu, dan zyn *er veele Beesten , in een voiStryke Stad ; en veele tamme en wellevende Mon» fters.

Ot h e l l o. Gaat het daar zo?

Jago.

Waarde Generaal, wees toch een Man; bedenk toch, dat ieder baardig Mensch , die in 't echtjuk gefpannen is, mogelyk met Ü aan eene ftreng trekt, daar leven thans Millioenen Mannen , die alle nacht in een bed leggen dat zy met andere deelen ;en die echter daar op zouden zweeren, dat het hen alleen behoord. Zy zyn daar toch beter aan. ó! de Helle heeft haar grootfte vreugde daar over , en de Duivel heeft daar zyn grootfte vermaak in , wanneer hy een Oveifpeelfter op een verzekerd Echtbedde liggen , en haar voor onfchuldig kan uitgeeven. Neen, liever wil ik het weeten ; en wan- • neer ik weet wat ik ben, dan weet ik ook wat zj worden zal.

Othello. ó! Gy hebt veel verftand. dat is zeker. Jago.

Gaat nu eens een oogenblik op zyde; verbef TJ, en hoor oplettend toe. geduurende de tyd dat

gy hier, door uwe zorg een hartstocht die

zulk een Man zeker niet betaamd ——* overweldigt lag, kwam Casfio hier. ik bedacht terftond eene goede ontfchuldiging voor uwe onmacht, en maakte dat hy weg kwam; heette hem echter terftond weder te komen, wyl ik met-hem te fpreeken had. Hy beloofde dit. Verberg U dus bier omtrend , en geef acht op den hoon, het fpottende lagchen, en de blykbaare verachting , die in alle zyn gezichtstrekken doorftraald. want hy zal H % zy»

Sluiten