Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lig OTHELLO.

zyn verhaal weder van vooren af aanvangen, hoe, door wie.waar zo, zederc hoe lang, en wanneer by met uw Vrouw is betrouwd geworden ; en wanneer hy haar weder bezoeken zal. Geef dan op zyne gebaarden acht!— 6 Wees toch gerust; of ik zou waarlyk moeten gelooven , dat gy van onderen tot boven alleen galle zyt; en niets het ge ringde van een Man bezit.

Othello. Hoor, Jago; ik zal ü bewyzen, dat ik myn geduld reeds in myn geweld hebbe; maar hier na zal het ook des te bloediger voortgaan.

Jaoo.

Dat kan niet febaaden ; maar alles te regfer tyd — wilt gy nu ter zyden gaan?— (Otbell» vcrwydert xicb.) Nu zal ik Casfio naar zyn Bianca vraagon. een goed Huuwyf dat haare lusten verkoopt , en zich brood en klederen daar voor bezorgt, die Zotiin is ontzachlyk op Casfio verliefd; en het is gemeenlyk de firaf van zulke Hoertjes dat zy 'er veele bedriegen en van den een of ander ook bedroogen worden. Wanneer hy van baar hoord fpreeken kan hy zich niet onthouden om overluid te lagchen. —— daar komt hy . boe meer hy zal lagchen, des te meer zal Othello raazen. en zyne gekke minnenyd, uit het lagchen, de gebaarden, en zorgelooze houding van den armen Casfio, geheel verkeerd, uitleggen.

VIERDE TOONEEL.

Jago, Cassio, Othello, (ttr syde.)

J a • o.

Hoe gaat het, waarde Luitenant?

Cassio.

Veel flimmer, om dat gy my een naam geeft, wiens berooyiog my het leven haatelyk maakt.

Jaco.

Sluiten