Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. m

eens gezien hoe veel werk hy van die Gekkin, uw Gemalin maakt — zy gaf denzelven aan hem ; en hy gaf dien aan zyn Byzit.

Othello. Dat ik toch negen Jaaren lang aan hem moorden kon!-— een fchoon Wyf' een knap Wyf! e,en zoet Wyf!

Jago.

Neen, denk daar liever niet aan.

Othello.

6 / Zy mag deze nacht nog vervuilen, verdorren , en ter Helle vaaren ; leven zal zy nietJ Been', myn hert is in Steen veranderd; ik flaa 'er

tegen, en myn hand voeld 'er pyn van. dl

de geheele Waereld had geen beminlyker Schepfel! Zy had aan de zyde van eenen Keizer kunnen liggen: hy zou haar Slaaf geweest zyn. Jago.

Maar, daar moet gy thans niet aan denken. Othello.

Verwenscht is zy! ik zeg maar wat zy is ——•

zulk eene fyne Borduurfter met de naaide! —.

zulk een kenfler der Muziek ■ p— 6! Zy kan

de wildheid uit eenen Beer , door haar gezang, rukken! " > < ■ zo beleeft! zo wys! zo vol verftand !

Ja go.

Zo veel te nimmer zo zy dat alles is. Othello.

Ja, zekerlyk: duizend, duizendmaal flimmert ■ en dan nog van zulk esa bevallig gedrag!

Jago.

Zekerlyk, veel te bevallig!

Othello. Altoos, maar het is doch fchaade Jago. i i t 9 Jago! het is fchaade ..... Jago I

H S J*eotf

Sluiten