Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. ï*S

ZEVENDE TOONEEL.

Lodovico, Desdemona, GevoloI De voorigen.

Lodovico. Ik ben uw Dienaar, Heer Generaal!

Othello. Ik den uwen, van gantfcher herte.

Lodovico. De Hertog en de Senatoren , doen U vriende? Jyk groeten. , .

(Hy geeft bem een Brief.) Os hsllo.

Ik eerbiedig de tekenen van haare bevelen.

Desdemona. Wat brengt gy nieuws, lieve Neef, Lodovico» Jago.

Ik verheug my zeer, door U te zien, Myn Heer, welkom in Cyprus.

Lo dovico.

Ik bedank U. hoe maakt het den Luitenant

Casfio ?

Jago. Hy is nog in leven.

Desdemona. Neef, myn Gemaal ligt met hem in onmin,maar hy zal alles weder goed maaken.

Othello. Weet gy dat zo zeker ?

Desdemona. Wat! Myn Gemaal t

Othello, (lezende.) „Vergeet niet dit te volbrengen, zo lief Uw..."

Lodovico, {tegen Desdemona ) Hy fprak niet met U ; hy is met den Brief bee2;g. —- is 'er dan een misveiftand tusfchen den Generaal en Casfio ?

Bit

Sluiten