Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J3« OTHELLO-

Othello.

Had het den Hemel bevallen my door boeijen te beproeven, had hy alle wyzen van fmaadheden, en krenkingen op myn ontblood hoofd nedergere. gend;my tot aan de lippen in armoede gedompeld; my en alle myne hoope aan de gevankenisfe overgegeeven; dan zou ik toen nog ergens een hoek myner Ziele , een dropje geduld gevonden hebben, maar ach! dat hy my een vastgeftooken Uurwy. zer voor de tyd des hoon* geeft, waar op deze geduurig met zynen iangzaamen en onbeweegbren (ie) Vinger wyst.—- ach.' ach.' — en echter dit kon ik nog verdraagen; zeer goed verdraagen. maar daar , waar ik den fchat mynes herte ver. wagtte ; waar ik herleven , of niet verder leven moest: een Bron waar uit den Stroom myner gelukzaligheid moest vlieten, of zich gantsch verdroogen. —— dat ik daar van verdreeven ben; of dezelve als een Poel daar haatelyke Padden in broeijen, moet behoudenl —»» ó, daar veranderd uw kleur by. geduld! gy Jonge, rozenwangige Cherub: ziet daar zo duister by uit als de Helle I Desdemona.

Ik hoop dat myn Edla Gemaal my voor onfchul. dlg houdt.

Othello, Ja, Ja. zo als Zomervliegtn in Slagthuizen.die reeds hoereeren als zy het leven ontvangen, ó I Gy onkruir ! gy ziet 'er zo fchoon uit, en ruikt zó JierJyk, dat men 'er hoofdpyn van krygt — waart gy toch nooit gebooren j ye

Des.

r» Het voornaam woord, onbeweegbren (unmoT1,:!"i is neer beduidend en drukt Othello's ongeduld uit. Hy die bet verloop van één Uur met verlangen verwagt , fcbynt de Uurwyzer zekerlyk weinig voor te vorderen.

■ SlSJVEJiS.

Sluiten