Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

132 OTHELLO.

Ampt hebt, en de deur der Helle hoeder.' —--H gy! gy! [a, gy! — wy zyn vaardig met elkander; daar hebt gy geld voor uwe moeite; maak riu op, en verraad ons niet.

TWAALFDE TOONEEL. Desdemona, Emilia.

Emilia.

Hemel! welke invallen heeft dezen Man ? —»» hoe gaat het Mevrouw ? —— hoe bevind gy ü ? Desdemona. Als in een Droom.

Emilia, Zeg my toch, Wat fcheeid mvn Heer? j Desdemona.

Wie?

Emilia. Myn Heer, Mevrouw.

Desdemona. Wie is uw Heer?

Emilia. Uw Gemaal, Mevrouw.

Desdem on a. Ik heb geen Gemaal : vraag my niets Emilia, ik kan niet weenen ; en echter niet anders dan met traanen antwoorden, leg dezen Avond doch het Laaken van myn Bruidsnacht op myn Bed. vergeet het niet; en roept uw Man hier.

Emilia, (been gaande.) Welk een verandering l

Desdemona. Het is billyk dat men my zo behandeld ; zeer billyk ■ hoe heb ik my dan gedraagen, dat hy het: geringfte vermoeden , van de grootfte ongerecht»: tigheid op my werpen kan?

DE Rf

Sluiten