Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL' 135

naakend door de Waereld te dry ven; van het Qos. ten tot het Westen.

Jaoo.

Schreeuw doch zo niet; dat men het op da Straat hooren kan.

Emilta.

6 ! Foei! zulke Schurken! zulk een Kaerel

was het zekerlyk ook, die U ook eens kwaade gedachten in 't hoofd bragt; om my en den Moor verdacht te maaken.

Ja so.

Gy zyt niet Wys; gaa heen.

DïSDEMOWA.

Ach! Jago, wat zal ik doen , om myn Gemaal weder te winnen? gaat hem tegen myn goede Vriend, want zo waarachtig als deze Zon aan den Hemel fchynt. ik weet niet hoe ik zyn hert verlooren heb! (Zy knield.) Hier kniele ik.hebbe ïkin myn wille, of reden, of gedachten, of werken zich aan zyne liefde verzondigt; of hadden myne oogen, myne 00* ren, of eenige myner zinnen zich aan een ander onderwerp vergreepen; of bemin ik hem niet nog; heb lk hem niet altoos bemind, en zal ik hem niei altoos hertelyk beminnen; en zelf wanneer hy my als een Bedelaarfter verftootte, zo komt 'er n ooit rust in myne Ziele-— onsriendelykheid vermag veel; en zyne onvriendlykheid kan my om 't leven brengen, maar echter myne liefde nooit verminde, ren. Ik kan het woord, Hoer, niet zonder fchrik. king uitfpreeken ; maar iets te doen waar door ik deze naam zou verdienen , daar toe zouden alle de Schatten der Waereld my niet kunnen beweegen. Jago.

Ik bid U wees gerust; het is alleen eene grilligheid van hem. De Staatszaaken gaan niet ze als hy wel wenschte, en nu fcheld hy op U. Desdemona.

Indien het niet» anders waar.

I 4 Ii«f».

Sluiten