Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 14*

tineen en toornigen opflag my aangenaam en fchoon

fcblnen. kom, fteek die fPelden eens af*

Emilia.

Ik heb het Laaken opgelegt, dat gy bevoolen hebt.

Desdemona. Het is alles een. — lieve Hemel.' wat zyn wy toch arme Schepfels — indien ik voor U fteir, zo wend my toch geheel in dit Laken.

Emilia.

Ach! Hemel1 wat gy zegt!

Desdemona. Mvn Moeder had een Meisje dat Barbara heette • zv was verheft j en haar beminde wierd trouwloos, en liet haar zitten. Zy had een lied van den Wilgenboom ; het was een oudi ding, maar het was toepasfelyk op haare omftandigheid en ongeluk, en zy zong het nog toen zy itiert. Dat Liedje kan ik dezen Avond niet uit myne herfens krygen. ik kan my kwalyk inhouden, om het hoofd niet geheel op zyde te houden en1 het te zingen, zo als de arme Barbara. ik bidU haast TJ wat.

Emilia. Zal ik hier uw Nachtjak haaien ?

Desdemona. Neen, maak de fpelden maar eens los. —• die Lodovico is toch een aartig Man.

Emilia.

Een net Man.

Desdemona. Hy fpreekt goed.

Emilia.

Ik ken eene Dame in Venetiën. die voor eene aanroering zyner Jippen, bloots voets naar t Be-.

loofde Land zou gaan.

Der-

Sluiten