Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IA* OTHELLO.

Df sdemona, (zingende.) (dd)

Dat arme Kind! zy zat en zong

By eenen groenen Boom*

Heur hand lag op haar tedre borst.

En 't hoofd op haare kniën.

Een Beek ftroomt haar voorby, en ftemd

Met haare zugtjes in;

Terwyl een heeten traanenvloed

De Steenen zelfs doorweekt.

komen".' 1Cg fp°ed U* h? Zil m

Zing vry, een groenen Wügentak Die moet myn Kransje zyn. 6 / Spreekt zyn harde hart niet meer, Myn hart zal afftand doen.

darfdaar?0" ^ B08 niet-—* hoor> beklopt Emilia.

Het is de wind.

Desdemoha, (zingende.)

Ik noemdde myne Jieffte valsch, Wat Antwoord hy daar op ?

Ik

(dd) Men vindt dit Lied ook in P e r c t's Reliques , D. I. pag. 192. de wederbaaline. van bet woord Willow, WJIIow, Wi'Iow , (Weide) bel tk even als Es chinbus g weg gelaaten , daar het zelve by ons ook geene fraaiheid in klank beeft • en de oyerdragt van den Lof eener Weide ot> de droefheid, niet mauwleurig is.

Vertaaler.

Sluiten