Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 147

fïo vermoorden , of Casfio hem ; of den een den ander, ik vind 'er altoos myne rekening by. blyft Roderigo in 't leven zo zal hy my lastig vallen, om hem de menigte Goud en Juweelen weder te be« zorgen , die ik hem als gefchenken voor Desdemona afgelokt heb.-— dat moet niet zyn.' ——> blyft Casfio levendig, zo heeft zyn leven alle dagen eene fchoonheid die my hiatelyk is ; en bovendien kon my de Moor by hem verraaden; daar liep ik gevaar by! — neen, hy moet fterven! . beflooten! ■ Ik hoor hem komen.

TWEEDE TOONEEL.. Cassio. De voorigen.

Rodertg*. Ik ken zynen gang ; dat is hy. (Hy loopt of Casfio toe en verwondt bem.') Booswicht! fterf. Cassio.

Die ftoot was my zekerlyk kwalyk bekomen, indien myn Kleed niet fterker was als gy dacht, ik wil eens zien hoe fterk het uwe is.

(Zy Vegten, Jago fteekt Casfio onder in zyn been, en vertrekt.)

Roderigo. 6! Ik ben een Man des doods/ Cassio.

Ik ben voor eeuwig kreupel / — he, help l Moord! Moord!

Othello, (boven aan 't Venfler.}

Casfioos ftem.' Jago houd zyn woord.

Roderigo. Ach' ik Booswicht!

Othello. Ja, zo is 't. '

K % Cassio.

Sluiten