Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ï*3

OTHELLO.

Cassio.

6, Heip, — help! — licht» — een Chi. ruigynl qthulo.

Hv is 't d' die wakkere, redelyke en getrouwe iaën die'het onrecht dat zynen Vriend trof, zo

iSli ftraft. gyleerd mv-!— KatJ'e ' uw he,'

veHnè legt daar dood; en uw uur nadert reeds ik kom, 6 Echtbreekfterl — weg, uit myn hert, met uw fchoonheid—- uwe oogen uitpedelet; uw bed van ontucht bevlekt, zal nu met het bloed der ontucht geverwt worden. dci mus- ^ vertrekt van t Venftcr.)

DERDE TOONEEL.

Lodovico, Gratiano, en eenige anderen in 't Verfchiet. De voorigen.

Cassio.

H0ia i —— geen wagt l ——• gaat hier niemant yoorb,y?—— Moordt Moord/ Gratiano. ) Hier is een engeluk gefchied , die ftem klinkt

zeer aakelig. . „

Cassio.

Ach» help»

Lodovico.

Hoor!

Roderigo. 6 Rampzaalge Booswicht»

Lodovico. Men kermde daar twee of driemaal, het is pikdonker, mogelyk is het een opgefteld werk. het is niet zeker nader te gaan; wy zyn te weinig.!

Ro<

Sluiten