Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IS* Q T H E L L Q.

•en weinig geduld , waarde Casfio , kom , geeft my een licht. —— kennen wy dat gezicht, of niet ? —— ó Hemel < Myn Viiend t myn liefde Landsman Roderigo?—— Neen — Ja ••— waar]yk —— Ja, het is Roderigo.

Gratiano. Wie ? Roderigo van Venetiën ?

Jaoo.

Denzelven, Myn Heer. kent gy hem 7

Gratiano. Of ik hem ken ? —- zeer wel.

Jago.

Ha i Signor Gratiano ? ——• ik bid U zeer om vergeeving. de verwarring by zulk een bloedig Tooneel zal myne onwellevenheid ontfchuldigen; dat ik U niet eerder zag.

Gratiano. Ik verheug my U te zien.

Jaoo.

Hoe gaat het U Casfio?—i <5! een Rosbaar! ten Rosbaar*

Geatianq.

Roderigo!

Ja g o.

Ja, Ja, hy is het.-— ha! zeer goed! een Rosbaar.— kom, goedhertige Vrienden breng hem van deze Plaats ; ik zal intusfchen des Generaals Heelmeester haaien, (tegen Bianca.) Gy, Made* moifel, kunt uwe moeite vry fpaaren. —— Casfio/ de Man die hier gewond ligt, was een myner beste Vrienden * welke twist had gy toch met elkander? r Cassio.

In 't geheel geen. ik kan hem zelfs niet.

Jago, (tegen Biatica.) Hoe ? gy ziet 'er bleek uit y —— ó draag hem toch in de vryë lucht! — Blyf hier. waarde Heeren. —» gy. ziet bleek, Mademoifelle. r

ziet

Sluiten