Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 159

Desdemona. 6 Verban my, Othello! dood my niet.

Othello. Weg, weg, met die Echtbreekfter.

Desdemona. Dood my morgen , laat my dezen nacht nog leven.

Othello. Neen, zo gy ü daar tegen verzet....

Desdemona. Slegts nog een half uur.

Othello. Wanneer 't gedaan is, gebruik ik geene bedenk, lykheid meer.

De sd e mo na. Nu, een gebed laat my dan toch doen.

Othello. Het is te laat j~ (Hy verflikt haar.")

E m 1 l r a, (buiten aan de Deur.) Myn Heer! Myn Heer! —r* hola! Wel-Edlea Heer»

Othello. Wat is dat voor een gefchreeuw?—noch niet dooJï noch niet volkomen dood?—— ik ben by alle myne wreedheid toch nog barmhertig' —— ik wil LT niet gaarn lang lyden laaien. —> Zo,

Emilia, (buiten aan de Deur.) Hola, Wel-Edieo Heer! Wel-EdlenHeerj Othello.

Wie is daar?

Emilia, (buiten aan de Deur.) ó1 Myn Heer! ik zou gaarne een woord met U fpreeken.

Othello.

Ja! — het is Emilia aanftonds , op 't

oogenblik -«—■ zy is dood. —— zy zal my den. kelyk de tyding van Casfio's dood brengen. ——

het

Sluiten