Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36* O T H E L L Q.

ger als zulk eene kleinigheid waardig was, gebeeden, denzelven te fteelen.

Jago. .

Vervloekte Hoen

Emilia.

Had zy hem aan Casfio gegeeven ? — Hemel l ik vond hem, en gaf hem myntn Man.

Jago. i Onwaardige i gy liegt.

Emilia.

By den Hemel! ik lieg niet* ik lieg niet,Myne Ifeeren. 6! gy onfchuldmoordonde domoor 1—— wat deed zulk een Gek met zulk een voortreffeJyke Vrouw?

(Jago dotrfteckt zyn Vrouw en loopt weg.) Othillo. Zyn 'er ook geen andere Steenen in den Hemel, dan die tot den donder noodig zyn ? (mm) u i Vervloekte Booswicht t * Gratiano. Zy valt; hy heeft zyn Vrouw vermoord. Emilia,

Ja, fa.' ó legt my naast Desdemona.

Gratiano. pe^Tri Vrouw is vermoord, en hy is weg geloo»

Montano. Dat is een ontzagchelyke Booswicht.'— neemt den deegen in bewaaring die ik bier den Moor óntnoomen heb — bezet de deur buiten ; laat

hem

(«i») Steevens verklaard deze woorden dus i *yn 'et geen mindre graden van Straffen voor de Stervelingen , die op bet hoofd van zulk eenen Booswicht als Jago, vallen kunnen ; gelyk de AU macht baaren donder te rug houdt als een te edel werktuig tot flraffing van zulke overtreedingen.

Sluiten