Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i7o OTHELLO.

ik vergryp my aan U , zo ongewaapend als ik ben.

Gratiano, (temt te rug.) Wat is het dan ?

Othello. Zie, ik heb eenen deegen; een beeter hing nooit aan de heup van eenen Krygsman. ik weet de tyd nog dat ik met deze kleinen arm, en dezen goeden deegen, my door meer als twintig zulke hinder» nisfan, als uwe tegenweer is, den weg baande! ■ maar, rV ydle Grootfpraakery' wie kan zyn

noodlot bedwingen? ■ is het niet zo' ——

Trees niets, indien gy my terftond gewaapend ziet. hier is het einde myner vaart; hier is myn Ziel; het uiterfte Zeeteken dat myn Zeil beryken kan —- treed gy verbaast te rug?— uwe vreezeis om niet l gy durft thans een helm op Othello's borst zoeken, en gy wykt te rug!— waar zal Othello heen gaan? - nu (by ziet naar Desdemona) hoe ziet gy "er thans uit, gy tot ongeluk gebooraue Vrouw?— bleek, als uw hemd/— wanneer wy met elkander voor onzen Richter verfchynen , oin zal dezen uwen opflag, myne Ziele van den Hemel af fleuren, en Duivelen zullen haar opvan» gen. — koud! koud, goed Maagdje? — koud, gelyk uwe kuischheid! «— ó vervloekte , verdoemde Booswicht! Scheid my, gy Duivel, van de genieting van dit hemelfche weezen af.' —— verftrooit my in den wind; roostet my in zwaa» vel! wascht my in bodemlooze Meiren van vloeijend Vuur.' — ó Desdemona ! Desdemona dood! dood. — Ach' Ach» Ach.'

TIENDE

Sluiten