Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TRXURSFXL. i?3

Lodovico. Hier is nu nog een Brief , die men ook in zyn Zak gevonden heeft. Vermoedelyk had Roderigo dezen aan den verdoemden Booswicht, als een Antwoord willen zenden, indien Jago niet intus. fchen gekomen was, en hem zynen twyffel benomen had.

Othello. 6 Gy verderfelyke Schelm. —— hoe kwaamt gy aan den Neusdoek , Casfio, die myn Vrouw toebehoorde?

Cassio.

Ik vond hem in myn Kamer; en hy bekende zo even zelf, dat hy hem daar met oogmerk heeft laaten vallen, om dat verwenschte opzet daar door te bereiken.

Othello. Ach , ik dwaas, ik dwaas, ik dwaas! Cassio.

Daar ftaat ook nog in Roderigo's Brief, het voorwerp dat Jago hem daar in voorfteld , om my op de wacht te tergen ; het geene aanleiding tot myne afdanking gaf. en zo even na hy een langen tyd na zyne onmacht zich weder herhaalde, zeide hy; Jago, had hem beleedigt; Jago had hem op.

Lodovico, (tegen Otlella.") Gy moet deze Kamer verlaaten , en met ons eaan. uwe Macht en uw Stadhouderfchap is uw af-enoomen ; en Casfio is thans bevelhebber in Cyprus. — voor dezen Booswicht moet men de gruwelykfte pynen uitdenken, die hem op't pynlykfte kwellen , en hem lang martelen. —- dus Othello , moet gy zo lang in eene geftrenge bewaaring blyven, tot den aart van uwen Misflagder Regeering van Venetiën bekend gemaakt is kamt, voert hen voort.

OthiM

Sluiten