Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ovek het TREURSPEL OTHELLO. 181

gedeeld ; welke hem tot de vermoording zyner Vrouw ophitst ; en de gemeende Echtbreeker is maar een geheel gewoonlyk Mensch

Daartegen vindt voorn. Kunstrichtfter Emil i a's Carafter dat in de Nouvelle goed , en in het Treurfpel zo eoed, en zo weder kwaad is, in het laatfte te twyffelachtig. alleen de Di'hter fchynt met vlyt dit Caradter de Vrouwelyke wankelmoe digheid medegedeeld te hebben, dat zich naar de voorkomende gevallen terftond tot Deugd , en terflond tot Laster fchikt. Emilia werd moogelyk door wangunst, of ook alleen door eene overhelling om Liefdehandel te bekuipen , daar toe bewoogen, dat zy zelf aanleiding geeft haaren Heer in vermoeding te brengen ; maar daar na, wanneer dit vermoeden Des demona's ongeluk, en zelfs haar dood veroorzaakt, is haar liefde tot haar Meestresfe fterk genoeg om door haar nooilot tot medelyden en tot innige deelneeming bewoogen te worden.

Nog eenen voorrang heeft het Treurfpel boven de Vertelling; door de omftandigheïd, dat Jago, Emilia met den Moor verdacht houd. daar door werd zyne wraakzucht tegens Othello begrypelyker. en zyne wreedheid tegens Desdemona, fcbynt zich uit deze wraakzucht te iaaten verklaaren en te rechtvaardigen.

Het Meesterlykfte van allen is den Dichter Othello's Caracler gelukt, wiens aanleg geheel van hem fchynt te zyn.' in de Vertelling ishv een gruwlyk Monfter; in het Treurfpel een Man van eenen goeden , maar onbefchaafden gemoeds-aart. Zyne hartstochten zyn wild en ruw; gelyk het Land waar hy gebooren is. Zyne liefde is byna krankhoofdigheid ; zyn vriendfchap openhartigheid; zyne geiechtigbeid gruwzaamheid; en zyn berouw Zelfsmoord. Maar zyne innerlyke na» tuurlyke goedheid maakt , dat wy hier even die handelingen'van hem met medelyden aanzien, cue

m 3 wy

Sluiten