Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ioi HENRIK de VIER DE»

Prins Henrik. Uwe Ioffelyke gewoonte om tj in ouden Sek tc veizuipen;te vreeten tot gy alle uwe knoopen moet los maaken ; en den geheelen nademiddag op de bank te fnurken, maakt uw verftand zo dik en vet; dat gy niet eens meer regt weet te vraagen, wat gy gaarne weeten wilt. wat Duikel gaat U de tyd van den dag aan ? Ja waaren de Uuren Beekers vol Sek, en de MinuutenKapoenen, en de Klok* ken Tongen van Koppelaarfters, en de Zonnewyzers Borden van Hoerhuizen, en de lieve Zon zelf een fchoon en vuurig Meisje, in VuurverwigaTaffe gekleed!—, want zonder dat zie ik geen grond, waarom gy een zo geheel overtollige Vraag doet. Hoe laat het is.

Falstaff. Waarachtig, gy kend my reeds goed Hal. want wy Beurzefnyders gaan met de Maan en het Z$vengefternte, en niet met Phcebus , „ den doo. lenden Ridder fyn." (d) —— maar ik bid U, Vriendje, wanneer gy Koning word ——* waar toe God uwe genaade (e).... Majefteit wil ik zeggen; want genaade zult gy toch niet hebben..... Prins Henrik,

Wat? niet?

Falstaff. Neen., zo min als 'er tot eene Voorrede voor een Ei met Boter noodig is. (ƒ)

Prins

(d) Een gedeelte uit een oude Ballade.

Warburton.

(e) In die tyden was Your Grace uwe genaade, eene gewoonlyke benaaming des Konings.

esch enbur g.

(ƒ) De Zin leid bier in de fpeeling van het woord grace. dat een gebed aan Tafel ; en ook genaade . httekend.

■ ■' Vertaaler.

Sluiten