Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL.

199

derweg, die met ryke offers naar Canterbury trekken; en Kooplieden die met welgefpekte beurzen naar London gaan. ik heb Maskers voor u allen: Paarden hebt gy zelf: Gadfchill houd zich deze nacht in Rochefter op; ik heb tegens morgen avond in Eaftcbeap een Maaltyd befteld; wy kunnen daarby zo zeker zyn, als of wy fliepen; gaat gy mede, zo ftop ik u uwe beurzen met Kroonen; gaat gy niet zo luilakt 't huis, en gaat aan de galg.

Falstaff. Hoor Eduard ; wanneer ik 't huis blyf luilakken,' en niet meê ga, zo wil ik u daar voor aan de galg brengen, om dat gy meê geweeft zyt.

Poins. Waarachtig, Slokop?

Falstaff. Hal, gaat gy meê?

Prins Henrik. Wie? —— ik rooven- — ik een Dief'. —• neen, by myn eer niet:

Falstaff. Gy hebt noch eer , noch dapperheid, noch goede Kameraadfchap in 't Lyf. gy zyt uit geen Koninglyk bloed, want gy geen hart hebt om voor tien fchellingen, ftaa! te roeprn.

Prins Henrik. Nu, dat zy zo. eens in myn leven wil ik niet kloek zyn.

Falstaff. Nu, dat is braaf gefprooken.

Prins Henrik. Het, mag gaan hoe het wil, ik blyf thuis.

Falstaff. By God, zo word ik een Verrader als gy Koning zyt.

Prins Henrik. Mynent wegen.

Prins.

Hoor, Sir John;laat my m . den Prins alleen;

N 4 ik

Sluiten