Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL' 231

ga, zak ry ook gaan. Heden reis ik af, en tnor« gen gy — 2yt gy nu ce vreeden Kaatje?

Lady. Ik moet immers wel ?

ZEVENDE TOONEEL. (*)

Het Tooneel verbeeld een Herberg te Baren' kopf in Eaftcbeap.

Peins Henrik, Poins.

Prins Henrik.

Edward .kom doch uit die Smeen'ge Kamer hier, en help my een weinig lagchen.

Poins.

Waar zyt gy dan geweeft Hal?

Prins Henrik.

Met drie, of vier dagdieven midden onder drie pf vier ftuks Oxboofden. ik heb nu eens de diepfte grondzyde der laagheid meê aangeflreeken. Hoor eens Poins, ik ben één Hartvriend meteen klaverblaadje van de Keldet jongens, en kan ze alle by haar doopnaamen noemen :Thoms,Richard, Frans, zy verzekerden my toch op haar geweeten, datik nu nos Prins van Wallis, en ook Koning der wellevenheid ben; en zegden my rond uit: dat ik geen Slegte Hans, gelyk Fa:ftaff, maar in 't bizonder, een vrolyke Broeder; een deugdzaame Kerel, een goede Jongon ben — waarachtig zo noemen zy my— en wanneer ik Koning van Engeland ben, zo zal jk over alle die goede kaerels in Eaftcheap te gebieden hebben. — ik heb het nu in een kwartier uurs zo ver gebracht, dat ik nu met iedere Ketellapper in zyne eigene mondwyze al myn leven drinken kan. Geloof my Edward, gy hebt daar veel eer by verlooren, dat gy by dit voorval niet tegenwoordig geweeft -zyt. maar zoete p 4. Edward

Sluiten