Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

132

HENRIK de VIERDE

Edward ■ om deze naam Edward te verzoG' ten. geef ik u voor een Pcnninu Zuiker die my zo aanftonds een van de-onderfte Kelderjongens in dé hand heeft geftooken ; dïe in zyn leven nooit anders gefprooken heeft, als „ agt Schellingen en zepen. „ pingen "en,, zyt welkom Sir". met het v^fte byvoegfel ,. aanftonds; aanftonds Sir . Schryf „ een kan Bafterdwyn in de halve Maan aan", en diergelyke woorden meer. Maar Edward, om ons de tyd te verdryven eer Falftaff komt, zo verfteek u toch in een van de naastvolgende kamers, terwyl ik myn kleine kelderjongen ondervraag , waarom hy my die Zuiker gegeeven heeft: houd ondertusfchen niet op om Frans te roepen , zo dat hy my niet anders als „ teiftond " zal kunnen antwoorden: gaat eens ter zyde: wy willen de Ptoef neamen.

(Poins gaat ter zyde ) Poins.

Frans!

Prins Henrik. Gy maakt het voortrefiyk.'

Po ins.

Frans!

(Frans de Kelderjongen komt) F kans.

Terftond, teiftond ! Myn Heer gaat hier on-

der in den Granaat-appel (//) Ralph.

Prins Henrik, Kom hier Frans.

Frans.

Milord .'

Prins

(II) Ditfcbynt, zo als even te voeren de halve Maan, bet teken van de bizondere Kamers inde Herberg te zyn.

EfCHENBURG.

Sluiten