Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«40 HENRIK de VIÈRDÉ.

F a l s t a f f.

Wet allen? — ik weetniet wat gy, met alleh, noemt; maar indien ik niet ten minfte met vyftig van hen gevogten Heb, dan wil ik een bos Radys zyn. wanneer 'er geen twee of drie en vyftig van hen over de armen van den oudeji Hans heen gin« gen, dan ben ik geen tweebeenig fchepfel. Poins.

De Hemel verhoede, dat gy niet eenige van hea vermoordt hebt!

F a l sta f f.

Dat kan hy toch nu niet meer verhoede, ik hel» twee van hen geteifterd; twee heb ik 'er geheel goed voor betaald; twee Spitsboeven in Styflinnen rokken, ik wil u wat zeggen Hal; indien ik u wat voorlieg; zo befpot my in 't gezicht en noem my een Franfchman. gy kent myn oude wyze van afpareeren. —— Zie, zo lag ik, en zo voerde ik mynen kling, vier Schurken in ftyfiinnen klederen vielen over my heen, gelyk gezegt is.

Prins Hen rik.

Hoe; vier? gy zegt daar even, dat 'er twee geweeft waaien.

Falstaff. Vier Hal: vier zeg ik u.

P o ï n s. Ja, Ja; hy zei vier.

Falstaff. , Deze vier, vielen my allen van vooren aan, en ftooten dapper op my toe; maar ik maakte? niet veel voorlezens, maar ftuitte in 't byzonder in eens al haar zeven kiingen op myn fchild af. — zo.' —■

Prins Henrik. Zeven? •— zo even waaren 'er nog maar vier.

Falstaff, In Styflinnen klederen.

Poins.

..' Ia> Ja vier in ftyfiinnen rokken,

Fau

Sluiten