Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 351

Falstaff.

Zwyg lieve halve Pinrl —- zwyg waarde Gek> ken. —— Harry ik begryp my nog niet waar gy uwen tyd doorbrengt, en in 't bizonJer verwonder ik my, met welke Lieden gy omgaat, want fchoon de Kamille te fterker wafcht naar maate men haar verdrukt, (eee) zo werd de Jeugd evenwel te meerder afgemat hoe meer zy gebruikt word. Gy zyt myn Zoon, en daar voor is my gedeeltelyk moeders verklaaring; gedeeltelyk myn eigen goeden meening boige; maar voor alle dingen dat boefachtig uitzicht uwer oogen, en dat malle nederhangen uwer onderlippen. Indien gy dus myn Zoon zyt, is myn hoofdvraag, waarom men zo met vingeren op u wyst? zal de heerlyke Zonne des Hemels onder een laag Bofch kruipen en Blaauwbeffen eeten? dit is geen vraagenswaard. Er is een zeker goed Harry, waar van gy zekerlyk zult gehoord hebben, dewylhetaan veele Lieden in ons Land, onder den naam van Pik bekend is; met dit goed bezoedelt men zich, naar de verklaaring van de oude fchry» vers , wanneer »men daar mede omgaat, zo bezoedelt gy u ook door het gezelfchap waar gy mede omgaat, want Henrik ik fpreek met u niet in dronkenfchap, man in 't busonder met traanen .-niet in vreugde, maar in lyden; niet flegts hartstochtelyk , maar ook bizonder met fmerten - ,Vet dat alles, is 'er nog een regtfchaapen Man, die ik dikmaals. in uw gezslfchap gezien heb ; maar ik weet hem niet te noemen.

Prins Henrik.

Welk een foort van een Man is het, indien het uwe Majeftelt my gelieft te zeggen.

• ' Fal-

(eee) Farmer, voerd eene gelykenis uit 'Lillv's

Euphues aan; van welke deze plaats onmiddelyk afgeleid wordt. 3 J

Eschenburg.

Sluiten