Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 253

Prins Henrik. •Zweert gy , godlooze Boef? Van nu aan moei gy niet weder voor myne oogen komen. Men heeft u met geweld van het goede Spoor afgetrokken; een gevleesde Duivel vervolgt u in de geftalte van eenen ouden dikken Kaerel;-een waare Bierton van een vent volgt u overal, waarom loopt gy met deze Modderkift; met deze beestachtige Baktroch ; met dezen opgezwollen bundel van waterzucht; met deze onguure ketel vol Sek ; met dit opge« propt Valies; met deze gebraaden Pinkfterftok met de Podding in 't lyf; met dezen eerwaardigen Laster; met dezen graauwhairige fchelm ; met dezen Vader der Spitsboeven; met deze bejaarde ydel. heid? waar toe is hy toch anders nut, als om drank tekoopenenuittedrinken? waar is hygoed en rein genoeg toe, dan om een Kapoen te v £ ten en op te eeten ? waar heeft hy verftand van , als van ftreeken? waar gebruikt hy zyn ftreeken toe, als tot boevenftukken ? waarin is hy wispeltuurig, dan in alie dingen ? en waar in is hy prysbaar, dan in niets ?.

Falstaff, Ik wenfchte dit duidelyker van uwe Majefteit te moogen verneemen. wie meent uwe Majefteit? Prins Henrik. Een roekelooze en fchandelyke vervoerder der Jeugd; eenen zekrenFalftaff; dien ouden withaar: digen Satan. .

Falstaff. Milord, die Man ken ik.

Prins Henrik. Dat weet ik wel.

Falstaff. Maar , wanneer ik zeggen zou dat 'er mee* kwaad in hem als in my zelve was, zo zou ik meer moeten zeggen als ik weet. dat hy oud is, getuigen, helaas! zyn witte hairen; maar dat hy, met eerbied gezegt, een Hoerejaager is,dat liegr

gy.

Sluiten