Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 263

want ik ben aan 't Engelfche Hof op gevoedr. daar en boven heb ik in myn Jeugd menig Engelfch Lied op de Harp, mee veel toejuiching gezongen ; en die fpraak eene hulpryke verfraaing gegeven, eene bekwaamheid die men nooit in u gezien heeft. Hotspur.

Waarachtig ƒ dat is my ook zeer aangenaam. Ik wenfehte liever eenKat te zyn, enMiaauw! te fchreeuwen, als een vandiergelyken bankzangers. Ik wil vee! liever eenen yzren kandelaar aanvatten; of een ongefnoerd rad aan den As hooren knarfen, want zulks zou my in verre zo veel pyn aan de tanden niet doen, als het lappend geklank der Poë« tery; het gaat gelyk de gedwongene gangtred van eenen huppelenden Kler.per.

Glendower.

Nu goed, de Trent zal afgeleid worden. Hotspur

Wat raakt het my? -~ ik wil de eerfte vriend die my een waare dienft bewyft, driemaal zo veel Land geeven; maar hier, daar het op een verdrag aankomt, veiftaat gy my, ftaa ik op het negende gedeelte van een hair breette. Zyn de papieren vaardig? kunnen wy gaan?

Glendower.

De Maan fchynt helder; gy kunt deze nacht af. reizen- Ik wil den fchry ver aanfpooren om intuf. fchen uwe vrouwen voorttbereiden. ik vrees dat myn dochter uitzinnig zal worden, wyl zy zo verlieft op baaren Mortimer is.

TWEEDE TOONEEL.

Mortimer, Worcester Hotspur.

Mortimer. Foei, Neef Percy.' dat gy mynen Vader altoos tegenfpreekt.

R 4 Hot-

Sluiten