Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i?5 HENRIK de VIERDE

een Peperkorn, een Brouwerspaard (mmm) zyn, indien ik niet vergeeten ben,hoe'er een Kerk van binnen uitziet. Een Kerk van binnen! — Gezelfchap!! gemeen gezelfchap, is myn bederf geweeft. Bardolph. Gy zyt zo benaauwd Sir John ; gy zult niet lang meer leven.

Falstaff. Ja, daar hapert het. — kom, zing my een vroIyk-Liedje om my luchtig te maaken. Ik was zulk een ordentelyk Menfch, als een Edelman zyn moet; ik zwoer weinig; dobbelde niet meer als zevenmaal in de week; ging nooit meer als eens in een kwar. tier in een flegt huis, betaalde het geld dat ik geborgt had, drie of viermaal: leefde zeer wel, en hield my binnen de Paaien ; en nu ga ik over alle paaien heen.

Bardolph. Nu Ja, gy zyt ook zo, vet, Sir John, dat gy noodzaakelyk over alle paaien, over allegewoonlyke maaten heen moet gaan.

Falstaff. Beterd gy uw gezicht, en ik zal myn leven be* teren, gy zyt onzen Admiraal; en zult ginter op het lchip de Lantaarn hebben; maar gyhebtze op de neus. gy zyt de Ridder van de brandende Lamp. (tmn)

Bar-

(m m in ) Zo noemt Dr. Johnson de uitdrukking a brewer's horfu , en gelooft dat bet zyn oorfpreng van een Brouwers paard beeft, ,dat door den zwaaren Arbeid UgC uitgeteerd en maager word. Steevens bier tegen, leid bet af von de Dwarsbalken of ftel. lingen daar de Biertonnen in de kelder opgeleidwor. den: en gelooft dat bet op bet kromme figuur van dit kelder tuig, zinfpeeld.

Es c h enb ur'g,

(nnn) De Ridder van de brandende Lamp (knights

of

Sluiten