Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. 477

•B a r D o l p h.

Wel, Sir John; myn gezicht doet u toch geen Leed?

Falstaff, Neen, waarachtig niet; ik gebruik het met zo veel nut als meenig menfch een doods hoofd;tot een Memento mort. zo dikmaais ik uw gezicht zie, denk ik aan het helfche vuur, en aan den ryken Mandie zich in 't Purper kleedde; want daar legt hy nu in zyn heerlyke kleeding, en brandt in een lichten laajen vla<n — indien gy maar een weinigje deugd* zaam waard, dan zou ik by uw gezicht sweeren, en ik zou zweerende zeggen, by dit vuur / maar gy deugt inj 't gehe.il niets; en zo gy dezen glans niet in 't gezicht hadt, zo waart gy een kind der uiterde duifternisfe. Toen gy des nachts met Gad'fcbill heen liep om myn Paard weg te fteelen, waarachtig 'er is geen voordeel meer in 't geld, indien ik u toe niet voor een d waalkaars, of voor een klomp wild vuur gehouden heb. ó! gy zyt een be. flendige Tnu.nph ! een eeuwigduurend Vreugdevuur! gy hebt my wel duizend pond aan Flambou. wen gefpaard, wanneer ik des nachts met u van de eene Herberg naar den ander wandelde: maar voor dd drank die gy my uitgezoopen hebt, had ik wel' zo goedkoop lichten kunnen koopen, als deduurfte kaarfemaaker in ganfeh Europa dezelve verkoopt, ik heb u, ó waare Salamander! tweeëndertig Jaar agter elkander met vuur onderhouden; de Hemel zal het my vergelden.

Barholph. Ik wou , waarlyk, dat myn gezicht in uwen buik was.

Fal.

of then burning lamp) en de Ridder van de brandendefpekzyde.) knights ot the burning pestle) zynbeiie Helden in twee verjcbillende Romans.

Strevïhï.

S 3

Sluiten