Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

288 HENRIK de VIERDE

Hotspur.

Een doodelyke wond —een afgehouwe Lidj j maar neen, dat is hy niet. wy zuilen hem waarJyk minder misfen, als wy thans denken. — WdS het wel goed ons geheel geluk op één worp te zet. ten ? zulk een ryk goed aan het fleepende gevaar van een twyffelachtig uur over te laaten? dat was niet goed. Want wy waagen daar de gantfche Ziel onzer hoope, den besten grond, en de uiter. ftu grenzen van ons geheel geluk by, , Douglas.

Zekerlyk hebben wy dat gedaan, daar ons hier tegen, mets dan eene aangenaame verwagtingover. blyft. wy kunnen dus op hoop van hit toekom! Algen iets afwenden ; daar blyft ons dan noch altoos den troost van een nog overig zynde hulp.

_ Hotspur.

Zekerlyk ; een verzaamelplaats, een Vrvftad waarheen wy vlieden kunnen, indien de Duivelen een vyandiyk toeval ons onze eerste ondernee. ming met wil laaten gelukken.

W o r ces t er.

Maar ik wenfchte toch dat uw Vader hi*r was de natuur ende gefteldbeid van onze ondernem'n» laat bet niet toe, dat wy ons verdeden, veelen die niet weeten waarom hy afweezend is, zullen gelooven, dat kloekheid, trouwe, en een bloot mishagen van ons voorneemen, den Graaf te rug. houdt, bedenkt nu eens hoe naadeelig zulk een vermoeden voor ons zyn zou, en hoe zulks onze zaak terug kan zetten. Want gy weet wel dat wy, als het aangrypende deel, ons in geene naauwe overleg ■ ging kunnen inlaaten, en ieder luchtgat, iedere Nis waar door het oog des vernufte in het binnenste kan zien, toeftoppen moeten: uwen Vader rukt eea voorhangiel af dat de onzekeren eene oorzaak tot vreezen geeft, daar zy van te vooren niet van droomen konden.

Hot-

Sluiten