Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. IQI

Mars zal tot aan de ooren in 't bloed op zynen aitaar zitten, ik ben enkel vuur, dat ik hooren moet, dat die ryke buit zo naby en evenwel noch Liet aan ons is. Kom, laat ik myn Paard beftygen, het welke my, gelyk een donderfleen tegen de borst van den Prins van Wallis voeren zal. Harry zal tegens Harry, het eene hittige Paard tegens het andere ■ zy zullen te faamen ftooten, en niet weder van elkander komen ,voor een van ons dood ter neder vak j — ó! dat Glendower hier was.' V e r n o N.

Dat errinnert my nog aan eene omftandigheid. ik hoordde te Worcefter daar ik doorreed, dat hy In veertien dagen zyne Magt kon vergadert hebben. Douglas. Dat is nog het flimste bericht van allen.

Worcester. Ja, waarlyk dat klinkt zeer kwaad.

Hotspur. Hoe fterk of des Konings Heir wel is?

Veehoh. Dertig duizend Man.

Hotspur. Laaten 'er veertig duizend zyn. daar myn Vader en Glendower beide niet hier zyn, zo zal ons Heir alleen zulk een groote flag kunnen onderneemen. welaan laat ons heden monstering houden ; de Jongste dag is naby; wy zullen allen, indien wy fterven, met vreugde fterven.

D o u o l a s. Spreekt van geen fterven; voor het naaste half Jaar vrees ik den dood noch zyne banden.

Tt DER.

Sluiten