Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

594 HËNR IK de VIERDE

pagnie; en die halve zyn twee te zaamengenaaid$ Vaatdoeken, gelyk de rok van eenan Heraut over de fchouderen geworpen: en het hembd is, om de waarheid te zeggen , van den Waard te St. Albans, of van den roodasnzichtigen Bierfchenkcr te Daintry geftoolen. maar dat is alles het zelve, ieder zal groeiens g;noeg in zynen Tuin vinden.

VYFDE TOONEEL.

Prins Henrik, Westmorland, de voorige.

Prins Henrik. Hoe gaat het, dikke Hans? hoe gaat het, Matras ?

Falstaff. Ziedaar, Hal.' — he! gekke Jongen; wat dui. vel doet gy in warwiksMr,e ? — ha ! Milord van Westmorland , ik verzoek u om vergeeving ; ik meende dat uwe Hoogheid reeds te Shrewsbury was ?

Westmorland. Zekerlyk, Sir John, het is hoog tyd dat ik daar zyn moet, en gy ook: maar myn volk is tiaar ai. ik moet u zeggen, dat den Koning ens allen ver. wagt; dezen avond moeten wy allen voort. Falstaff. ö.' Wees om mynent wege niet bezorgt;ik ben zo waakzaam als een Kat , die op de Muizen loert.

Prins Henrik. Zekerlyk Ja , die op de Muizen loert; wsnt door al het fteelen zyt gy geheel als boter geworden. Maar zeg my eens Hans, wat zyn dat voor Kaerels die daar ginter aankomen ?

Falstafï. Myne, Hal. de mynen.

Pais.

Sluiten