Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HISTORIESPEL. -31J

des levens, de beste eigenfchap van een dapper held is 't verftand, en door deze eigenfchap heb ik myn leven gered, ik ben toch vóór dezen Kanonfchieter, Percy, bang, fchoon hy gelyk als dood is. hoe zou het gaan wanneer hy ook eens een Conterfeitfsl gemaakt had, en weder opftond ?ik vrees dat zulks wel het beste Conterfeitfel zou zyn. ik wil ham dus liever de rest geeven. — Ja, en dan daar óp zweeren dat ik hem gedood heb. Waarom kan hy niet even zo goed weder op ftaan als ik? flegts één ooggetuige kan my wederjeggen ; maar hier ziet my niemand. Dus goede Vriend ,daarhebt gy nog eene wond in de fcheenen; kom nu met my.

(Hy neemt Hotfpur op zyn rug.)

■■ NEGENTIENDE TOONEEL.

Falstaff,Prins Heneik,Lankastik.'

Prins Henrik. Nu broeder John, gy hebt u voor de eerftemaal ongemeen gedraagen.

L ankaster. Maar zeg eens, wie is dat toch/hebt gymyniet gezegt dat deze dikke Kaerel dood was?

Prins Henrik. Zekerlyk, ik zag hem dood, Ademloos, en bloedend op den grond liggen. —- leeft gy nog ? of zyn wy betoovard ? zo fpreek eens, wy willen onze oogen niet zonder onze ooren betrouwen, gy zyt niet wat gy fchynt.

Falstaff. Nsen zeker niet. ik ben geen dubbeld Menfch. Cs 3 s) maar indien ik Hans Falftaff niet ben, zo wil

ik

. (zzz) Dat is, ik ben Falstaff en Percy niet tegelyk; fchoon ik P e r c y op den Rug heb, en daar door dubbeld febyn te zyn.

X 2 1 Johnson.

Sluiten