Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

338 ONDERZOEK en AANMERKINGEN

de Perfoonen , met zulke behaagcbelyke en aan', genaame zelfstandigheden- en zwakheden lekend, welke men in hun gezelfchap, in het gemeene le ven zelf, gaarne hebben mag. want dikmaais kan men zich in den beginne aan de nieuwheid van een CaracTer, aan een fchielyke ontdekking, niet wel gewennen , noch aan het belagchelyke van het zelve eenig vermaak vinden; maar zyn eigen zin, zyne minvoegzaamheid, of onredelykheid, vangt doch aan, ons by eenig overleg afkeering, en terstond daar op vermoeid en gehaat te maaken; ter wyl het uitgemaakt is, dat die geen, welke niet als een toevallig gezelfchap in het gemeene leven te dulden is, ook nooit den grondflag van een Comiek en welbeminnend Carafter op het Tooneel worden kan. deze fmaak hl leen van grootmoedige en waardige Caracters , die wy voor het Too» neel proeven , daar geen overwigt van nyd, of Boosheid, of perfooneele Vyandfcbap ons ter zyde trekt; fchynt een bewys van onze natuurlyke cn aangeboorene neiging tot rechtfchapenheid en deugd te zyn: wanneer de gemoederen der meeste Lieden terstond, en zeer vroegtydig de verwe van la£terzuchtige neigingen aanneemen; en het daar door niet te verwonderen is, dat men overal blootevlek» ken voor oorfpronkelyke verwen aangezien heefr. alle goed getekende Caracters bevallen , en met reden, maar niet allen even fterk. Johnson heeft in zyne Comieke Tooneeien de dwaasheid en de lastering belagchelyk gemaakt; Shakespear heeft vreugde, vrolykheid , en behaaglykheid op het Tooneel gevoerd, de Alchimist, Volpone en ie Jhlle Vrouw van Johnson zyn heerlyke Satiren: de Comieke ftukken van Shakespear zyn de volkomenste werken van fpotterny, vernuft en den Luim. Johnson verfierd elk Caracter met eene leer* «elling: Shakespear meteen nieuwfoortvan zwakheid en zeldzaamheid, de eerste wist zyn Satire met meesterlyks trekken treffend te maaken, en

de

Sluiten