Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ui Da DWAALING

antipholis.

Hoor Dromio, deze kluchten zyn thans zeer ten ontyde: fpaar hen voor een luchtiger uur. Waar is het geld, dat ik u gaf om weg te brengen? Dromio van Ephefen.

My, Myn Heer t —— gy hebt my geen geld ge. geeven.

Antipholis. Ik zeg u Schurk, houd op den gek te vertoonen, en zeg my, hoe gy uw boodfchap bezorgt hebt? Dromio van Ephefen. Myn boodfchap was alleen , U van de Markt naar huis te haaien, in den Phcenix, myn Heer, tet de Middagmaaltyd. Mevrouw en haar Zuster, wagten op U.

Antip holis.

Verwenfchte Kaerel, antwoord my terftond, waar gy myn geld heen gebragt heb, of ik zal U den fpotzuchtigen hals breeken, die zulk eene ontydige fpotterny dryft, wanneer ik daar niet toe gefcbikt ben. Waar zyn de duizend Marken, die gy van my gekreegen hebt ?

Deomio van Ephefen.

Merken heb ik zekerlyk van U op myn Kop, en eenige andere merken van Mevrouw op myne Schou.. deren; maar geen duizend Maiken van U beiden. Wanneer Ik ü, Myn Heer, deze weder terug be. taalde , zo zoud gy ze mogelyk zo geduidig niet aanneemen.

Antipholis. Uwe Vrouw, Marken? — Welk een Vrouw, Schurk1 Wat hebt gy voor een Vrouw? Dromio van Ephefen. Uw eigen Vrouw, Myn Heer, in den Phcenix; die zo lang Vasten moet, tot gy by haar naar huis komt, en die U bidden Iaat, toch fpoedig te komen. Antipholis. Hoe zult gy my in myn aangezicht tot een Gek

maa>

Sluiten