Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

£ L T S P E L, 359

Adriana.

•Hy kan zich van zyn lief en aangenaam gezelfchap niet berooven ; en ik moet intuffchen thuis zitten, en tot verhongeren zelfs, naar een vriendlyk opflag zyner oogen verfmagten. Heeft dan de Ouderdom , de lieffelyke fchoonheid reeds van myne arme wangen weggenoomen ? Indien dat zo is, dan heeft hy dezelve bedorven, is myne fpraak .ongefierd, en myn verftand ftomp? zyne onvriendelykheid is het hardeMarmer waar aan het zyne fcherpte verlooren heeft, bevallen hem anderen beter, wyl zy knapper gekleed zyn? dat is myn fchuld niet, hy is Heer over mynen ftaat. welke mismaaktheden kan men aan my vinden, dat-zyn werk niet is* Hy is dus alleen de fchuld van myne ongefteldheid. een enklen vriendeiyken opflag van hem zou myne verwelkte fchoonheid weder fpoedig nerftellen. Maar hy breekt gelyk het ongebonden wild door de hagen heen, en zoekt zyn voedfel daar buiten, ik arme vrouw ben hem reeds te veell Luciana.

Welk een zicb zelf plaagende Minnenyd - foei - gy moet dezelve verbannen.

Adriana.

Slegte onërvaarne Gekkinnen kunnen tegens zulke Beledigingen voorzigtig zyn. ik ben verzekerd dat zyne oogen hier of daar een ander voorwerp hebben dat zy aanbidden- Waaraan zon het anders ontbreeken dat hy niet hier is? Gy weet Zufter, dat hy my een Gouden keten beloofde, wilde de Hemel dat het alleen dat was dat hy my onthield' — ik zie wel dat een Juweel, hoe fchoon het ook zyn mag, eindelyk zyn fchoon. heid verheft wanneer wy het altoos draagen; en gelyk het goud zelve, fchoon het de behandelingverdraagt, door het dikmaais herhaaleni zich ein delyk begeeft; zo is 'er geen gemoed zo edel» dat niet door de langdumige ocgeuouwheid en Z 4 val

Sluiten