Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. 269

Luciana. Wat babbelt gy daar in :u zelve, en antwoord niet ? Dromio, gy Lummel t gy Slak! gy traage Kaerel,gy Gek.

Dromio. Ik ben verandert, myn Heer, niet waar?

Antipholis. Ik denk dat gy in uw gemoed even als ik gefield ben.

Dromio. Beide aan ziel en ligchaam, myn Heer.

Antipholis. ' 'j Gy hebt uw gewoone geftalte.

Dromio. Neen ik ben een Aap.

Luciana. Indien gy in iets verandert zyt, zo is 't in eea Ezel.

Dromio.

Dat is zo, gy bereidt my, en ik honger naar gras. zekerlyk ben ik een Ezel, anders was het onmoogelyk dat ik u niet even zo goed kennen zou als gy my.

Adriana.

Weg daar meê.' ik wil ook niet langer een gekkin zyn : en de vinger in de oogen fteeken en weenen, terwyl de Heer en de knegt met mynen kommer lagchen. Kom, kom myn Heer, aan 'c middagmaal; Dromio, geef intulTchen op het huis acht; ik wil heden, met u myn lieve Man, boven eeten, en daar zult gy my alle uwe kleine fchel» meryën op bicgtcn. Hoor vriend, indien'er iemant naar uwen Heer vraagt, zo zeg dat by buitens huis eet; en laat 'er geen levendig menfch in. Kom Zufter. Dromio,fpeel uwen rol als Deur* waaider vooral goed.

Antipholis.

Ben ik op Aarde , in den Hemel, of In de Helle? flaapende- of waakendc? zinneloos of by

IILOiii, Aa myn

Sluiten