Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

37a De DWAALING.

men voor my in 't vervolg uit'den weg gaan, era zich voor eenen Ezel in acht neemen.

Antipholis. Zyt gy niet weigehumeurd , Heer Balibafar ? de Hemel geeve, dat onze Maaltyd, mynen gosden wille, en de vieugde myner verwelkoming bewerken mooge !

Balthasar. Ik fchat uwe lekkere fpyzen gering, myn Heer; en uwe verwelkoming zeer hoog.

Antipholis. Ach! waarden Heer Balthafar.' in allen gevalle verandert de vriendfchaps welkomft groet, geen enkelen fchotel van Lekkernyen.

Balthasae. Een goede maaltyd, myn Heer, is wat gemeen, want elke Gek kan dezelve geeven.

Antipholis, En de welkomft groet is nog gemeener, want zy beftaat alleen in woorden.

Balthasar. Weinig gerechten, en veel goede redenen maa- ' ken een vrolyke Maaltyd.

Antipholis. Zekerlyk. voor een' Gierigen Traftant en een nog kaariger gaft. Maar, wanneer myn Gerechteneven zo flecht zyn, neem dan dezelve echter in vriendfchap aan. Gy zoud wel een beeter Maaltyd kunnen hebben, maar geen die uw beeter van harten gegund is. Maar zacht.' myn deur ïsgcflooten. Ga heen, Dromio, zeg hen dat zy ons in laaten.

Dromio.

Mathilde, Brigitta , Mariane, Cecilia, Kathari» na , Sufanna.

Dromio van Syrakufa, van linnen. Vlegel, Kakker , Bengel, Gek, Schaapskop,

Kraa.

Sluiten