Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L T S P E L. 573

iengezicht! voort, voort , fcheerd u weg van de deur, of zit op den dorpel, weik een verbaasde menigte Menfchen bezweerd gy daar te zaamen ; daar 'er één van hen allen, reeds één te veel is ? Maak uw weg, van de Deur af

Dromio. van Epbefen. Welk een vleugel is 'er toch by ons tofcDeurwaarder aangefteld ? Myn Heer, wacht bier op de ftraat: maak opent

Dromio. van Syrakufa. Laat hem heen gaan, van daar hy gekomen is, op dat zyn voeten niet koud mooaen worden. Antipholis. van Epbefen.

Wie fpreekt daar binnen ? Hola maak

de deur open'

Dromio. van Syrakufa Terftond myn Heer; indien gy my, maar eerfi zeggen wilt, waarom.

Antipholis.

Waarom, fchurk! om dat ik van middag

eeten wil: ik heb heden nog niets gegeeten. Dromio. van Syrakufa. En zult heden hier in huis ooit niets te eeten krygen. kom op een andermaal eens weder. Antipholis. Wie zyt gy dan, die my in myn eigen huis niet wilt laaten?

Dromio van Syrakufa.

Uw hedendaagfcne Deurwaarder , myn Heer; en myn naam is Dromio.

Drom io van Epbefen.

ö'. Gy Galgenvogel/ hebt gy my beiden; mynen naam en myn ampt ontftoolen! de eene heeft my nooit krediet, en de andere eene menigte verwytingen verworven. » . ■ zytgy Dromio? — ik wenfchte dat gy heden in den ftaat van dezen Dromio geweeft waar ;gy had dan gaarne uw gezicht tegens een naam, of uw naam tegens eenen Ezel verruild,

As 3 hv%

Sluiten