Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

374

Di DWAALING.

Lucu, van binnen. Wat is dat voor een geweld ? —- wie it daar voor de Deur.'

Dromio van Epbefen. Laat myn Heer m, Lucie.

L u c i e.

Neen, waarachtig niet; hy komt te Iaat; zegt dat uwen Heer nu weder.

Dromio van Epbtfen. 6 Hemel! ik moet lagchen! hier hebt gy een fpreek* Woord.zal ik myn ftaf in 't Huis zetten?

Lucie

Daar hebt gy een ander : zet hem naar den eifch.

Dromio van 'Syrakufa. Indien uw naam Lucie is, Lucie, dan hebt gy hem goed geantwoord.

Antipholis. Hoord gy goede vriend? ik denk toch datgymy zult inlaaten! * .Lucie.

Ik dachï het u zo even te vrasgen.

Dromio van Syrakuja. En gy zeide, neen.

Dromio van Ephefen. Zo, braavo/welgetroffen dat is flag op flag.

Antipholis. Gy Lomp gebroedfei, iaat my in.

Lucie.

Kunt gy zeggen om weike redenen ?

■ Dromio van Epbefen.

Klop eens fterk aan de deur, myn Heer. L u c i-e.

Laat hem kloppen, tot het hem zeer doet.

Antipholis. Gy zult echter huilen en klaagen, wanneer ik d deur inflaa.

Lucie.

o 1 zal zulks dienen ?

Ar> j z

Sluiten