Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y S P E L, St9

Ant ipholis. ïk heb hem niet, maar ik denk dat gy hem hebt; want zonder dat zoud gy zonder geld weder naar luns moeten.

Angelo.

In ernft, Myn Heer; geef my de Keten; ik ver* zoek U daarom. Wind en Vloed wagten op dezen Heer, en het is reeds flegt genoeg, dat ik hem hier zo lang opgehouden heb-

Antipholis.

Myn góeden Heer, gy wilt U denkelyk door deze Schertzery ontfchuldigen , dat gy uw woord niet gehouden hebt, en vergeeten hebt in't Steekei. xwyn te komen. Ik had U daar over moeten berispen; maar gy maakt het gelyk de booze Wyven; wanneer zy kyven verdiend hebben, zo beginnen zy het eerfte te grommen.

Koopman.

De tyd is koftbaar, ik bid U Myn Heer, befluit deze zaak.

A n o e l o.

Gy hoord zelfs hoe hy het met my maakt; de keten. . . • . .

Antipholis, Breng die aan myn Vrouw, zeg ik immers, en laat zy U het geld geeven.

Angelo.

Kom, kom; gy weet immers dat ik hem U daar ftrak gegeeven heb. Zend dus intuffchen die keten naar huis, of geef my een merkteken mede, waar op uw Vrouw my betaalen kan.

Antipholis. Foei, Myn Heer! sy dryft de fpotterny te ver. Nu afgedaan met de Keten, bewys my zulks. Koopman. Myne bezigheden kunnen rfeze fpotterny niet verdraagen. Veiklaar my, Myn Heer, of gy'er goed voor ftaat, of niet: wilt gy niet, dan zal ik ü aan dee Gerechtsdienaar overlaaten.

Bb 3 AW'

Sluiten