Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L 1 S P E L. 391

Maar 27 , goede Vriend, zult my deze fpotterny ter!i duuVften betaalen; zelfs zo, dat al het geld in uwe Kasfen niet toereikende zal zyn.

Angelo. • .

ó' Mvn Heer. ik zal noch wel recht in Ephefen vinden , en zelfs tot uwe uitetfte Schande; daar twyffel 'ik niet aan.

DERDE TOONEEL. Dromio van Syrakufa, de voorigen. Dromio.

' Mvn Heer.' daar is een Schip van Epidamnum, a=t flèets zo lang wagt tot den Schipper aan boord komf:8en daSftond afzeild. Ik heb onze Pakken Ss aan boord gebragt , en Olie en Balzem en Aquavita gekogt. Het Schip is volkomen Zeilvaar, dig; daar waait een goeden wind van 't Land af, en men wagt nu alleen nog maar op den Schipper en op U,

Antipholis. • Wat Drommel i word gy dol?gy dom Schepze 1 w,u voor een Schip van Epidamnum wagt op my ? Dromio.

Een Schip, dat gy my hebt doen opzoeken, om onze overvaart te befpreeken.

.Antipholis. Gy dronken Schurk lik zond U om een ftnk.en zeide waar ik-hem toe gebruiken wilde.

Dromio. • Ik weer van geen ftrik, Myn Heer ! gy ftuurde my naar de Rtê om een Schip te zoeken. Antipholis. Ik wil op een andere tyd hier over fpreeken; en uwe ooren beter doen opmerken wat ik zeg. Loop nu Sedig naar Adriana, gy Lompert, geei haardeee

Sluiten