Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L Y S P E L. 399

AGTSTE TOONEEL.

Julia, de Voorigen. Julia.

Welkom , Welkom ! Myn Heer Antipholis; ik zie , gy hebt eindelyk den Goudfmit gevonden: is dat de Keten die gy my heden belooft hebt? Antipholis. Te rug, Satan! — verzoek my niet, zeg ik U f D rom i o.

Myn Heer, is dit Vrouwsperfoon dan Satan?

Antipholis Het is de Duivel.

Dromio.

Neen, zy is nog iets flimmer; zy is des Duivela Grootmoeder, in de geftalte van een ligt Vrouw, menfch. dus geeft de Hemel ons hier het licht; want daar ftaat gefchreeven, dat de Duivels de Menfchen verfcbynen, in de geftalte van ds Engelen des lichts, licht is eene werking des Vuurs, en Vuur brandt, derhalven branden de ligte Vrouwsperfoonen, dus* wagt U, om haar te na te komen, (r) Julia.

Uw Bediende, en gy, zyt ontzagchlyk Spotziek, Myn Heer. wilt gy met my gaan ? willen wy hier van avond faamen Eeten?

Dromio.

Myn Heer! indien gy leepelfpyze verwagt, zo befteld voor al een lange leepel.

An.

(r) Men beeft in't Hollands de Engelfche Woord" heeling van light kunnen behouden ; dewyl ligt en licht bier ookecncWoordfpeelingis. daorem ligt Vrouwsperfoon , ver ftaat men ook bier een Hoer door. dus de Verklaaringvan WielaND doorEscHENBUR» aangevoerd, niet behoeft. * Vbrtaalib.

Sluiten