Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41»

Dl DWAALING

nig waarom gy my zo veel fmaad en onruft veroor. zaakt, en dat gy ten minflen voor uw eigen eer met betergezorgt hebt;en met zulke omftandighe. u T het ontva"geri van deze Keten geloogchend hebt, die gy thans zo openlyk aan den hals durft draagen. Buiten de befchaaming en de gevankenisfe die gy my en U zelve hebÊ veroor. •zaakt, hebtgy dezen mynen braaven Vriend eene groote fchaade toegevoegt; terwyl hy, door onzen Stryd opgehouden , in de ongelegenheid gekomen is, om heden af te vaaren. Kunt gy loogchenen dat gy deze Keten van my bekomen hebt. Antipholis. . Zekerlyk ontvong ik hem van U , dat heb ik nooit geloogchend.

Koopman. Dat deed gy wel , Myn Heer ; en zwoer nog daar en boven.

Antipholis. Wie hoorde my zulks loogchenen en bezweeren ?

Koopman. Deze myne ooren hebben U aangehoord ; dat weet gy, Ja. Schaamt U, laaghartig Man; het is droevig genoeg, dat het U toegelaaten is, om met eerlyke Lieden vry om te gaan.

Antipholis. Gy zelf zyt een Schurk, wanneer gy my van diergelyke gevallen de Schuld geeft. Ik wil op dit oogenblik myn Eer en myn Onfchuld tegens U bewyzen; indien gy hart hebt om Mand te houden.

Koopman. Dat heb ik; en daag U als een Schurk daartoe uit.

(Zy trekken hunne degens.)

DER-

Sluiten