Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

422

Di DWAALING.

en kwam. ging ik uit om hem op te zoeken;ik trof hem op Straat aan, in 't gezelfchap van dezen Heer. Hier dorft my deze Myneedige Goudfmit bezweejen, dat ik die Keten waarlyk van hem reeds be* komen had, daar ik dezelve waarachtig niet gezien had: en om die reden liet hy my door een Gerechts. dienaar in bewaaring neemen. ik bereide my, en fcbikte myn Knecht naar huis om geld te haaien; paar hy bragt my niets, daarop fprak ik met den "Gerechtsdienaar , dat hy in Perfoon met my naar myn Huis zou gaan- Onderweege ontmoete ons myn Vrouw, haar Zuster, en een geheele Zwerm van haare Medefpannelingen. Zy hadden eenen zekeren Pinch by zich,een uitgehongerden, dorren Spitsboef, een naakt geraamte, een Marktfchreeuwer die de Lieden waarzegt ; een armzaaligen, hoögvliegenden, Sterrekykende Bedelaar; een leven» . dig Monfter. deze vervloekte Schurk, die zy als Bezweerder medegebragt hadden , keek my in de opgen, voelde my de Pols; en bragt my door zyne gekke gebaarden buiten my zelve, en fchreeuwde dat ik bezeten was. aanftonds vielen zy alle op my aan,bonden my, voerden my naar huis, enlietenmy en myn knegt daar beide te faamen gebonden, in een donker en dampig gewulft liggen;tot ik, nadat ik myne banden met myn tanden van een had ge» jukt, myne vryheid weder verkreeg, en zo fpoedig al? ik kon , by U op deze plaatfe kwam. Dus , Grootmoedig Heer, verzoek ik U ernftig om my, wegens deze ongehoorde befchimpingen en beleedigingen toerykende genoegdoening te verfchaffen. Angelo.

Grootmoogend Heer I in zo verre kan ik U ge • tuigenisfe geeven, dat hy dezen Middag niet t'huis gegeeten, en dat men bem niet heeft willen inlaaten. Salinus.

Maar heeft by dan de Keten van ü gekreegen, of niet ?

An.

Sluiten