Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42e Pb DWAALING

Antipholis. Ik heb myn Vader van myn leven nooit gezies. Aegeon.

En echter weet gy dat het naauw zeven Jaar is, dat wy in de Baai van Syrakufa van elkander afiOK'id naamen* Maar mogelyk fchaamt gy U thans, Myn Zoon; om my in myn elendigen toeftand voor uwen Vader te erkennen.

Antipholis.

De Hertog , en alle die my in deze Stad ken« ïien, moeten getuigen dat dit zo niet is; ik heb Syrakufa van myn leven niet gezien. Salinus.

Ik kan U zeggen Syrakufer! Twintig Jaar ben ik Antipholis Begünftiger geweeft, en in dezen gantfchen tyd is hy nooit in Syrakufa geweeft. Ik merk dat de Ouderdom en de Vreeze des doods 17 kindfch maakt.

A G T S T E T O O N E*E L.

De.Abdisse,Antipholis en Dromio van Syrakufa de voorigen.

Abdisse.

Grootmoogend Heer, zie hier een Man, die het grootfte onrecht gefchied is.

(alle dringe?i aan om ben te zien ) Adriana. Wat zie ik l ——■ Bedriegen my, myne oogen ? - ik zie mynen Man verdubbeld. Salinus.

Een van dees beide Menfchen is de Geeft van den ander. Maar wie van beiden is nu waarlyk Menfch ? en welke is de Geeft ? wie ontbindt dit gefchil?

Dro>

Sluiten