Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12 MARCUS ANTONIUS en CLEOPATRA.

Het is dus gelegen, dien , die my de waarheid zegt, alfchoon de dood in zyn verhaal gelegen is, hoor ik aan alsof hy my vleide.

Bode.

Labiënus, dit is eene flechte tyding, heeft met zyne Parthifche benden de grenzen van klein Aflen uitgezet. Zyn overwinnende arendftandaard drilde van den Euphrates af, uit Syriën aaar Ly« diën, en Ioniën , — terwyl....

Antonius. Terwyl Antonius — wilt gy zeggen. —— Bode.

Helaas, Mynheer.'

Antonius.

Spreek rechtuit tegen my ; verklein het algemeen gerucht niet, nosm Cleopatra gelyk zy te Romen genoemd word. Bedien u van de uitdruk* kingen van Fulvia , en hekel myne gebreken met alle de fcherpheid, welke waarheid en kwaadaartigheid in ftaat zyn te uiten. Wanneer onze koele winden flaapen brengen wy niets dan onkruid voort, en wanneer onze gebreken ons gezegd worden is zuiks alsof wy beploegd worden. Vaarwel intusfchen voor eenigen tvd.

Bode.

Naar uw believen, MynheerAntonius.Wat nieuws van Romer. ? Spreek op daar gints. Bode.

De Bode van Sicyon , is die hier ? (De eerjle Bode vertrekt.)

Een van bet G e v o l ©. Hy wacht op uw bevel.

Antonius. Laat hem nader komen. — Ik moet deeze fterke Egyptifche banden breeken of myzelven by de verpanding verliezen. {Etn andere Bod»

Httd

Sluiten